Laat je wagen nooit met draaiende motor of met de sleutel in het contact achter, ook niet om even snel de krant te halen of een brief te posten. 

Draai de voorwielen in de richting van de stoep en blokkeer het stuurslot. Bij recente wagens gebeurt dit laatste automatisch als je de sleutel uit het contact haalt. 

Laat de wagen in versnelling staan en trek de handrem op. Dat bemoeilijkt het opheffen en takelen. 

In bepaalde omstandigheden kan het gebruik van een speciale stuurstang of een metalen staaf die pedalen of versnellingspook blokkeert, raadzaam zijn. 

Parkeer indien mogelijk op goed verlichte en drukbezochte plaatsen. Als je voor een parkeergarage kiest, hou dan je parkeerticket bij je. 

Heb je een garage? Zet je wagen dan altijd binnen en sluit altijd alle toegangen naar die garage af. 

Laat geen reservesleutels achter in je wagen. Verstop ook geen sleutel op een "geheime" plaats. 

Sluit altijd alle ramen, deuren en ook kofferbak af, ook als je maar even weg bent. Als de auto een antidiefstalinstallatie heeft, activeer die dan met de afstandsbediening. 

Neem altijd waardevolle voorwerpen (GPS, laptop, handtas, jas, fototoestel,...) mee. Zijn deze spullen te omvangrijk, berg ze dan op in de koffer. 

Laat de boorddocumenten en andere documenten die persoonlijke gegevens bevatten nooit achter in de wagen.